Ik had ‘m niet binnen zien komen, want zenuwen bonden mijn blik in een strak tunneltje vooruit. Op het moment dat ik ‘m achterin zag zitten, met zijn strakke snorretje en even strakke blik, veranderde de klas in een veld met sterren en zwarte vlinders. Mijn hartslag lag ergens tussen de 450 en 677. (Ongevéér, hè, ongevéér.)
En ik dacht: fuck you. Haalde adem en begon.
De twee meest nerveuze meisjes van de klas hielden een presentatie, en ik beet mijn vingers er in hun plaats af, maar ze deden het goed. De grootste lastpakken in de klas verpakten hun feedback in keurig geformuleerde zinnen, en die éne jongeman, die altijd zit te friemelen en te frommelen, hield zijn grootste gemak.
Na de presentaties deden we nog wat met werkwoordspelling. Ik wees her en der wat leerlingen aan, mèt en zonder vinger, en ze gaven, aarzelend soms, antwoord, en slechts in een enkel geval voor hun beurt. Tijdens het zelfstandig werken kon je een speld op de vloerbedekking horen vallen.
Slechts één keer stak ik mijn vinger streng naar voren, en sommeerde de nar van de klas zijn boek uit de origami te halen (maak daar zelf maar een voorstelling van). Ik dacht op tijd aan het invoeren van de absenten. Was een minuut vóór de bel klaar, agenda’s met huiswerk erin zaten alweer opgeborgen in 28 tassen.
Terwijl ik het zweet over mijn lijf voelde gutsen, kwam de adjunct-bobo naar voren. Hij schudde ongelovig zijn hoofd en mompelde: ‘Een model-les. Een modèl-les!’ Hij krabde in zijn nek en draaide aan zijn snor. Ik haalde mijn schouders op, alsof ik er ook niks aan kon doen.
En ik dacht: fuck you. En in gedachten zoende ik 28 keer een puberhoofd.
(Niet vergeten volgende week te trakteren.)