Site menu:

Recente reacties

Site search

bloghokken

blogrondje

Koppelingenblok

Complex uitdagend de uitknop vinden

Naast het ‘gewone’ plekje in het  havo bovenbouwteam, moet ik regelmatig een stoel bezetten in het gymnasiumteam. Waar andere scholen ‘het gymnasium’ er misschien simpelweg bij doen, doet de school diep in Drenthe een poging hier een serieuze vorm omheen te kneden.

Vanmiddag leer ik tijdens de eerste vergadering de kernwaarden van deze onderwijsvorm. We moeten buiten kaders kunnen denken, Socratische vragen stellen, kennis en begrip leren integreren en toepassen in nieuwe situaties, en persoonlijke kwaliteiten ontwikkelen door het geven van complexe uitdagende opdrachten.

Aan de overkant van de tafel klinkt opeens gerinkel van een gsm. Collega J. bloost en grijpt in haar tas. ‘Sorry, hoor, sorry, hoor,’ hakkelt ze en met haar hoofd diep over de tafelrand gebogen tuurt ze geconcentreerd naar de naarling in haar handen. Haar gezicht verkrampt, ze schokschoudert licht.

‘Gaat het wel goed, J.?’ vraagt teamleider R.  ‘Nee!’ roept J. verwilderd. ‘JA!’ schreeuwt ze erachteraan. Met verwilderde ogen kijkt ze in het rond. Het is ons even niet duidelijk of ze nu hard moet lachen of huilen. Alle ‘gym’-leden vallen stil. ‘Ja. Potverdorie! Ik weet niet eens hoe ik dat stomme ding UIT moet zetten.’

Om het eens even over een complex uitdagende opdracht te hebben…

Buiten de Kleenex om, hè

Ja, ho en wacht endezo. Niet dat u denkt dat het één tranendal is daar op die school diep in Drenthe. Want, natuurlijk krijg ik inmiddels flinke korting bij de firma Kleenex, maar voordeel is voordeel, ook al is het volgekleefd met vele liters slijm en snot.

En.

D’r zitten méér uren in een dag, nietwaar. En gelukkig, goddank, worden die ook gevuld met hordes ‘gewoon’ slingerende ledematen, tassen vol make-up, broeken die nog immer halverwege de Bjorn Borg hangen en gierende hormonen alsmede hoog opgetaste sociale snode plannen.

Het IS dat ze niet in mijn tas passen…

…anders nam ik ze natuurlijk allemaal mee naar huis en daar hebben we al te veel beesten en waarschijnlijk zou zelfs ik die wezens wel een keer beu raken…

Half werk bij dubbelzien

Het jongetje dat eerder zo enthousiast ‘cool’ riep, toen hij merkte dat hij in mijn klas zat, komt vanmiddag als een ziek vogeltje bij me binnen strompelen. Of hij met me mag praten. Hij laat zich zakken op een stoel bij mijn tafel, terwijl hij heftig met zijn mouwen over de stromende tranen veegt.

Niets gaat goed, en het zál ook nooit meer goed komen. Tussen het hartverscheurend huilen doet hij zijn verhaal in lettergrepen, steeds dezelfde series achter elkaar. ‘Luister eens, D.’ begin ik en ik sla een hand voor mijn mond. ‘Sorry’, stamel ik, want ik vind het zó stom dat ik hem bij de naam van zijn tweelingbroer noem.

Hij wuift het weg. Zoveel mensen doen dat. Waarom zou ik daar anders in zijn? Maar er zít best verschil in de broers. Een kleine moeite zou het moeten zijn, de juiste naam te vinden, maar in de loop van het emotionele gesprek, noem ik hem al snel nógmaals D. En NOGmaals. En tot mijn schande en ontzetting…

Als de bel van de pauze gaat en het nieuwe lesuur begint, pakt het joch zijn spullen en veegt zijn laatste tranen weg.

…terwijl die van mij door schaamte en frustratie wel even flink zouden willen stromen…

Een goed begin…

Het is bijna één uur. Tijd om ons te verzamelen in de aula van de school diep in Drenthe. ‘Mevrouw, mevrouw!’ roept leerling D. ‘Geeft u ook les aan mijn klas?’ Vorig jaar had ik ‘m in twee vwo, een leuk joch met veel humor, maar ook eentje die een eindsprint nodig had, en dat zorgde soms voor ademnood.

‘Nee, D.’ zeg ik en ik klop zijn broer op de schouder. ‘Ik neem dit jongetje dit jaar in mijn mentorklas.’ De broer knippert met zijn ogen. Dan nog een keer. ‘Als, als, als mèntor? Krijg ik u als mentor?’ Hij begint een beetje op en neer te springen. ‘Cool!’ roept hij dan, terwijl D. wat sipjes kijkt.

Helemaal in mijn nopjes loop ik een kwartiertje later met ‘mijn’ klas het lokaal in. Waar binnen een halve minuut één zittenblijver hartstochtelijk begint te huilen omdat ze niet bij haar vriendin zit, en twee dames vragen of ze niet ergens anders heen kunnen, want ‘dit’ vinden ze maar niks.

Een goed begin is het halve werk. Ik besluit deze dag maar simpelweg half af te maken en de openingsborrel over te slaan. Er is later in het jaar vast nog genoeg gelegenheid om aan de drank te gaan…

Opnieuw beginnen

Nog één dagje. Nog een halfje. Iets meer. Dan begint het nieuwe schooljaar. Zeven weken van lummelen en rommelen zijn definitief voorbij.

Tassen zijn ingepakt, boeken bekeken. Straks geef ik Tinus een knuffel en zwaai naar de konijnen. De eerste week op school betekent voor mij ook een weekje in het huis van S. Die heeft nog even uitstel van executie, want mag op werkweek naar Tjechië, terwijl ik op kippen en poes pas.

Ik heb ze gisteren bekeken, alle 179 leerlingen. Bijna dertig stuks ken ik nog van vorig jaar, de rest is nieuw. Zeven klassen, vijf niveaus. Ik probeer er niet te veel aan te denken. Daar is toch niet veel ruimte voor, want door mijn hoofd gaat met vlagen slechts één sirene:

MOEST JE WEER ZO NODIG MET JE GROTE BEK?

Ik had toch óók een uurtje of 12 kunnen nemen. Drie, vier klasjes, een beetje relaxt. Lekker parallel ook misschien, en drie, vier keer per dag hetzelfde verhaal. Beetje woordenbingootje doen, en nog genoeg energie over voor nóg meer konijnen (je weet maar nooit) of nóg ergens nieuw behang.

Jaaaaaahaaaaaaaaa!

Ik hoor ze wel, diegenen die mij een beetje kennen. Zenuwendiarree zeker, en stijve vingers van de faalangst? Beetje zeiken en zeuren, om dan over een week weer akelig vervelend tegen het dak aan te stuiteren van belachelijk optimistisch enthousiasme. Om gèk van te worden.

Ok.

Laten we het gewoon maar hopen. Dat iedereen gewoon gelijk heeft en het gewoon weer gaat lopen. Maar het is nog geen dinsdag, laat staan vrijdag. Het IS nog geen week verder. Vanavond loop ik simpelweg nog iets vaker naar de wc.

Balansen (balanste - gebalanst)

Het werd dus niet veel met dat gekringloopshop. Shop 1 besloot zich te verschansen achter wegwerkzaamheden, shop 2 werd bevolkt door chagrijnige dames in de overgang met een duidelijk gevaarlijk lage vochtigheidsgraad (deze zin speciaal voor ‘magikdatzeggenetcetera’), en shop 3 bleek afgebroken.

Dan maar naar De Vrijbuiter. Haaaaaaaaaaaa! Das Paradies! (JaWEL, Mara!) En, ondanks in eerste instantie heftig geuite tegenwerpingen van de kant van S., was ook hij na vijf meter kampeerwinkel ‘om’. Ze hadden er namelijk fantastisch mooie paarse polo’s.

(Alleen jammer dat die paarse polo’s dus NIET in mijn maat waren. En jammer dat de kelder van ons huusje onder water was gelopen. En jammer dat ik vrijdag inenen tóch alvast naar de collega’s van diep uit Drenthe moest. En ook niet helemaal niet-jammer dat ik maar liefst twéé Tommen en twéé Thomassen in mijn mentorklas blijk te hebben.)

En het weekend wordt vast al net zo wisselvallig.

(In ieder geval qua weer.)


Ottawa 4

´Koop ´m dan, kóóp ´m dan´, riep M. enthousiast.

Nouja, enthousiast, misschien was het ook wel opgewonden tot wanhopig. Hij zag immers hoe het kwijl langzaam langs mijn kin naar beneden drupte, tussen de kieren in mijn toetsenbord liep, en zo ook zíjn toegang tot internet schier onmogelijk maakte.

´Kopen!´

Wanhopig gooide hij de handen in de lucht.

Dus ja.

Toen kocht ik ´m.

ottawa4

Yay!

(Nu nog een fijn najaarsweekend met een beetje zon…)