Site menu:

Recente reacties

Site search

bloghokken

blogrondje

Koppelingenblok

Kippen en eieren of anderszins

“Hangt de onsamenhangendheid van je fysiek samen met de onsamenhangendheid van je stukjes van de laatste tijd?” vroeg Impa in een reactie op het vorige blogje. Hm. Djeez. Ist geblog allemaal zo onsamenhangend? Blijkbaar. Is mijn fysiek onsamenhangend? Euhm. Ja. Nu alleen nog een kip en een ei en we zijn klaar.

Of het zit nóg weer anders, natuurlijk.

Ik ben er nog niet uit.

Over twee weken heb ik een week vakantie.

Misschien dat dát helpt!

Nog één nootje to self, dan nog:

Alles en iedereen die ik danken kán, danken voor het feit dat M. nog steeds zijn leven met mij wil delen.

Hoe kom ik anders aan een al-eeuwen-zoekgeraakte-want-nooit-gebruikte-maar-nu-héél-noodzakelijke hittepit, die ik op mijn verkrampte nekspieren wil leggen omdat ik verga van de pijn in mijn nek (logisch), maar ook: hoofd (omdat dat nu eenmaal zo werkt).

IK zou niet op de gedachte komen om een roestig lollyblik naast mijn bed open te trekken om dáár dat ding te vinden.

Maar M. wel.

En daarom mijn eeuwige dank.

En liefde.

Natuurlijk.

Dat ook.

(En nu ga ik weer even dat ding in de magnetron knikkeren. Dank ook dáárvoor. De magnetron. Ja.)

Notes to self:

ALS…S. volgend jaar tóch weer besluit in een toneelstuk te schitteren…dan wèl kijken, maar NIET in mijn eentje.

ALS… ik na afloop van een onverhoopt tóch op deze wijze verlopend evenement, zo opgelucht ben om UIT een massa mij volstrekt vreemde mensen te zijn, dan NIET -weer- gaan drinken als ik nog bij S. ben.

En…aansluitend ende tot slot:

ALS… S. besluit om weer eens de hork uit te hangen er gewoonweg niet meer intrappen.

(Iemand die op zondagmorgen zó verschrikkelijk zijn best doet om een onverwachte, katerige logé die té dicht bij de niet-werkende PC ligt, NIET wakker te schelden -ik wist werkelijk niet dat je met zó weinig decibellen overtuigend pissig op een apparaat kon zijn - …die is als hork toch ineens een heeeeeeeeeeeeeel stuk minder geloofwaardig geworden…of hij kan wel heeeeeel erg goed toneelspelen. Hm. Tsja. Het blijft lastig…met S.)

Nuttig, zo’n blog!

‘Problemos?’ stond er in een e-mailtje dat ik vanmorgen ontving van één der vaste bezoekers van Pepperfly.

Problemos? dacht ik. Neuh. Dacht van niet.

Maar ik had al een paar dagen geen update gedaan. Niet hier..en óók al niet op Twitter. En ik dacht:

“Ik blog, dus ik leef!”

En nooit zal ik twee maanden allenig dood in mijn huisje liggen.

(Alles wat je nodig hebt is een opmerkzame lezer die zich graag altijd overal mee bemoeit…ook al omdat het zijn vak is, natuurlijk, wat me doet bedenken wat hier de kip en het ei is, maar dat terzijde, anders wordt deze zin ECHT te lang. )

‘k Denk toch dat draadje los

Hoe kun je anders verklaren dat ik dit liedje niet alleen leuk vind, maar óók nog eens regelmatig door het huis loop te blèren. (Nee, broer, NIET die versie die begint met ‘Op de zee van liefde vaart een schip…’ Al zeker een paar jaar niet meer…)

Wat nu dan?

Vorige week kletterde ik bijna van de trap af. Bijna. Niet helemaal. Daar was ik heel tevreden mee. Temeer omdat ik al een fijne blessure in de rechterschouder had door al te enthousiast weight liften. Waarom ik weight lift? Ik denk omdat er een draadje los zit (in mij, niet in de weight), maar anderen zeggen dat het ook gezond kan zijn.

Wie weet.

De rechterschouder begon te helen. Ik haalde alweer adem. En juichte voordat de bel ging. (Juist. Da’s te vroeg.)

Vanmorgen wilde ik niet eens te snel beneden zijn. Ik had zogezegd geen haast. Toch kletterde ik nu ècht de trap af. De rechterschouder was gewaarschuwd, maar de linker probeerde zich tussen een paar houten spijlen vast te zetten. Ter breking van de val. Das handig. Maar niet als je 85 kilo weegt.

Na een uur dacht ik dat het wel meeviel.

Nu denk ik dat niet meer.

Vraag me af wie me wat wil vertellen. En waarom dan wel.

(Ja, zo’n overijverig bijgelovige oma blijft je je hele leven bij. En achtervolgen. Ook al was ze sinds afgelopen zondag toch alweer 22 jaar dood…)

(Oh. Maar. Wacht! Tis 1 februari nu. Geen wonder dat ik me gewaarschuwd moet voelen…)

Brood en spelen

‘Voor hèm wèl, hè,’ pruilde M. vorige week, nadat ik een e-mail vol linkjes naar broodrecepten naar S. gezonden had. ‘Tja,’ haalde ik mijn schouders op, ‘Ik wil het voor jou óók wel doen, maar dat heeft weinig zin. Jij hèbt geen broodbakmachine.’

Toen begon M. nog meer te pruilen. Want hij wilde al jaaaaaaaaaren een broodbakmachine. Waarom bleef ik ‘m nou zo tegenwerken. Met een beetje schuiven en rommelen, paste zo’n ding bèst wel in de keuken. Hij keek er extra zielig bij.

Nu ben ik niet zo verschrikkelijk als het lijkt. Ook wil ik ongestoord, onbezonnen en onbezeurd blijven e-mailen (bellen/hyven/sms’en/naar Duitsland rijden/eten/ouwehoeren/film kijken/whatever) met S.

Dus.

broodje

(Gelukkig krijg ik er binnenkort een klas -en salaris- bij, want nu gaat M. vast nog méér leuke dingen verzinnen. Niet in het geheel in het kader van de chantage en het behoud van een goede relatie, natuurlijk…)

Creabezigs

Ja. Tuurlijk. Ik had bèst bezig kunnen zijn met het voorlopig voorzetselvoorwerp…

bezig2

Maar dit was veel leuker.

Of ik dan wilde blijven…

Ik had ‘m niet binnen zien komen, want zenuwen bonden mijn blik in een strak tunneltje vooruit. Op het moment dat ik ‘m achterin zag zitten, met zijn strakke snorretje en even strakke blik, veranderde de klas in een veld met sterren en zwarte vlinders. Mijn hartslag lag ergens tussen de 450 en 677. (Ongevéér, hè, ongevéér.)

En ik dacht: fuck you. Haalde adem en begon.

De twee meest nerveuze meisjes van de klas hielden een presentatie, en ik beet mijn vingers er in hun plaats af, maar ze deden het goed. De grootste lastpakken in de klas verpakten hun feedback in keurig geformuleerde zinnen, en die éne jongeman, die altijd zit te friemelen en te frommelen, hield zijn grootste gemak.

Na de presentaties deden we nog wat met werkwoordspelling. Ik wees her en der wat leerlingen aan, mèt en zonder vinger, en ze gaven, aarzelend soms, antwoord, en slechts in een enkel geval voor hun beurt. Tijdens het zelfstandig werken kon je een speld op de vloerbedekking horen vallen.

Slechts één keer stak ik mijn vinger streng naar voren, en sommeerde de nar van de klas zijn boek uit de origami te halen (maak daar zelf maar een voorstelling van). Ik dacht op tijd aan het invoeren van de absenten. Was een minuut vóór de bel klaar, agenda’s met huiswerk erin zaten alweer opgeborgen in 28 tassen.

Terwijl ik het zweet over mijn lijf voelde gutsen, kwam de adjunct-bobo naar voren. Hij schudde ongelovig zijn hoofd en mompelde: ‘Een model-les. Een modèl-les!’ Hij krabde in zijn nek en draaide aan zijn snor. Ik haalde mijn schouders op, alsof ik er ook niks aan kon doen.

En ik dacht: fuck you. En in gedachten zoende ik 28 keer een puberhoofd.

(Niet vergeten volgende week te trakteren.)

Integendeel!

regenboogje

Ik zou zeggen: buitengewoon gay indeed!

(Helder, toch?)